Een puppy halen is een van de leukste dagen die je met een hond meemaakt, en ook een van de drukste. In de eerste weken leert je hond meer dan in welk jaar ook daarna: waar hij mag plassen, dat de nacht om te slapen is, dat een stofzuiger geen monster is. Met een beetje voorbereiding maak je het hem (en jezelf) een stuk makkelijker.
In dit artikel:
- Voor hij thuiskomt: wat je klaarzet
- De eerste dag
- De eerste nachten
- Zindelijkheid
- Voeding
- Socialisatie
- Alleen zijn
- Dierenarts, chip en registratie
- De eerste vier weken in één overzicht
Voor hij thuiskomt: wat je klaarzet
Zorg dat alles klaarstaat vóór de grote dag. Dan kun je je de eerste dagen bezighouden met je puppy in plaats van met boodschappen.
- Een vaste slaapplek. Een bench of een mand op een rustige plek, niet midden in de doorloop. Een bench is geen straf maar een hol: met een deken erover en de deur open voelt hij voor veel honden veilig.
- Hetzelfde voer als bij de fokker. Vraag welk voer je puppy nu eet en koop dat voor de eerste weken. Een verhuis is al spannend genoeg voor een maag.
- Een voer- en een drinkbak. Liefst stevig en niet te diep, zodat hij er makkelijk bij kan.
- Een halsband of tuigje en een lijn. Een puppy groeit snel; kies iets verstelbaars en controleer elke week of er nog twee vingers onder passen.
- Kauwspeelgoed. Tandjes wisselen jeukt. Wat hij mag kauwen, moet hij makkelijker vinden dan je schoenen.
- Een zachte borstel, zodat hij van jongs af went aan verzorging.
- Poepzakjes en, als je geen tuin hebt of hoog woont, eventueel puppy pads voor de eerste nachten.
Kijk daarna door de ogen van een puppy door je huis, op kniehoogte. Kabels, schoenen, kamerplanten, schoonmaakmiddelen in een open kast, een trap zonder hekje: alles wat laag hangt, wordt geproefd. Wat je nu opruimt, hoef je straks niet te verbieden.
De eerste dag: rustig is beter
Het is verleidelijk om je nieuwe huisgenoot meteen aan iedereen voor te stellen. Doe dat niet. Je puppy heeft vandaag zijn moeder, zijn nestgenoten en alles wat hij kende achtergelaten. Hou de eerste dag klein:
- Ga bij thuiskomst eerst naar de plek buiten waar hij mag plassen, en wacht daar rustig.
- Laat hem één kamer verkennen in plaats van het hele huis.
- Laat hem slapen wanneer hij wil. Een puppy van acht weken slaapt makkelijk achttien uur per dag, en dat heeft hij nodig.
- Bewaar het bezoek van vrienden en familie voor volgende week.
De eerste nachten
Reken erop dat je puppy de eerste nachten huilt. Hij is nog nooit alleen geweest. Wat helpt:
- Zet de slaapplek de eerste nachten naast je bed. Hij hoort en ruikt je, en jij hoort wanneer hij onrustig wordt omdat hij moet plassen. Na een week of twee kun je de bench stap voor stap naar zijn vaste plek verhuizen.
- Iets dat naar thuis ruikt. Een doekje dat bij de fokker in het nest lag, doet wonderen.
- Eén keer 's nachts naar buiten is normaal. Een jonge puppy kan het nog niet de hele nacht ophouden. Ga kort naar buiten, zonder spel en zonder veel praten, en terug naar bed. De nacht moet saai zijn.
- Laatste plasje vlak voor het slapengaan, en neem het drinken een uur eerder weg.
Zindelijkheid: vaker naar buiten dan je denkt
Zindelijk worden is geen kwestie van straffen maar van timing. Je puppy leert waar hij moet plassen door er vaak genoeg op het juiste moment te zijn. Ga naar buiten:
- meteen na het wakker worden, ook na een dutje;
- na elke maaltijd;
- na het spelen of na opwinding (bezoek, een nieuw speeltje);
- en verder om het uur à twee uur overdag.
Een ruwe vuistregel: een puppy kan het ongeveer zoveel uur ophouden als hij maanden oud is, plus één. Een puppy van twee maanden houdt het dus zo'n drie uur vol, en zeker niet langer.
Plast hij buiten? Prijs hem meteen, op het moment zelf, met een vrolijke stem of een snoepje. Gaat het binnen mis, zeg dan niets en ruim het op met een enzymreiniger. Gewone schoonmaakmiddelen met ammoniak ruiken voor een hond als urine en nodigen uit om er opnieuw te plassen. Een puppy straffen voor een ongelukje leert hem alleen dat hij beter niet plast waar jij bij bent, en dat maakt buiten oefenen net moeilijker.
"Ga naar buiten voordat het misgaat, niet erna. Elke keer dat het buiten lukt, telt dubbel."
Tip van ons team
Voeding: zelfde voer, vaste momenten
Hou de eerste week of twee het voer van de fokker aan. Wil je daarna overstappen, doe het dan geleidelijk over ongeveer een week: begin met een kwart nieuw voer door het oude, ga na twee à drie dagen naar de helft, dan driekwart, en dan helemaal over. Zo krijgt de darmflora de tijd om te wennen.
Een puppy heeft voer nodig dat speciaal voor groei is gemaakt: meer energie en eiwit, en een uitgebalanceerde verhouding tussen calcium en fosfor. Dat laatste is vooral belangrijk bij grote rassen, die beter niet te snel groeien. Kleine rassen zijn meestal rond tien à twaalf maanden volgroeid; grote rassen pas na anderhalf tot twee jaar. Kies daarom een puppyvoer dat bij het verwachte volwassen formaat past.
| Leeftijd | Maaltijden per dag | Om op te letten |
|---|---|---|
| 8 tot 12 weken | 4 | Kleine porties, vaste tijden |
| 3 tot 6 maanden | 3 | Portie meegroeien volgens de verpakking |
| Vanaf 6 maanden | 2 | Overstap naar volwassen voer volgens ras |
De portie op de verpakking is een vertrekpunt, geen wet. Voel geregeld aan de ribben: je moet ze kunnen voelen zonder ze te zien. Snoepjes die je bij de training gebruikt, tellen mee; haal ze van de dagportie af.
Socialisatie: het venster dat niet terugkomt
Tot ongeveer veertien weken staat je puppy wijd open voor nieuwe indrukken. Wat hij in die periode rustig en positief leert kennen, vindt hij later gewoon. Wat hij nooit ziet, kan hem later angst aanjagen. Een groot deel van die periode ligt al achter de rug als hij bij jou komt, dus begin meteen, op zijn tempo.
Denk aan een lijstje dat je in de eerste weken afwerkt:
- Mensen: kinderen, mensen met een hoed, een paraplu, een rollator, een fiets.
- Geluiden: de stofzuiger, de deurbel, verkeer, een onweer op lage stand via je telefoon.
- Ondergronden: gras, grind, tegels, een metalen rooster, een gladde vloer.
- Situaties: een autoritje, een rustig terras, de dierenarts voor een snoepje zonder prik.
- Andere honden: rustige, gezonde volwassen honden die goed met jonge honden omgaan, en een puppyklas bij een hondenschool.
Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Eén ontspannen kennismaking is beter dan vijf overweldigende. Kijkt je puppy weg, kruipt hij weg of verstijft hij, geef hem dan meer afstand en probeer het een andere dag opnieuw.
Alleen zijn oefen je in minuten
Ook als je de eerste weken thuis bent, oefen je meteen met alleen zijn. Begin met een paar minuten in een andere kamer terwijl hij kauwt of slaapt, en bouw het langzaam op. Maak van weggaan en terugkomen geen gebeurtenis: geen uitgebreid afscheid, geen feest bij terugkeer. Zo wordt alleen zijn iets gewoons, en niet iets dat plots op de eerste werkdag begint.
Dierenarts, chip en registratie
Plan in de eerste week een bezoek aan de dierenarts. Die controleert je puppy, kijkt het vaccinatieboekje na en stelt samen met jou een schema op voor de verdere vaccinaties en ontwormingen.
In België moet een hond gechipt en geregistreerd zijn in DogID voordat hij het nest verlaat. Controleer bij het ophalen dat dat gebeurd is, en zorg dat de registratie op jouw naam en adres komt te staan. Verhuis je later of krijg je een ander telefoonnummer, pas het dan meteen aan: een chip helpt alleen als de gegevens kloppen.
De eerste vier weken in één overzicht
| Week | Waar je op focust |
|---|---|
| Week 1 | Rust, vaste slaapplek, vaste plasplek, het voer van de fokker, de dierenarts |
| Week 2 | Zindelijkheid op schema, korte momenten alleen, de eerste nieuwe geluiden en ondergronden |
| Week 3 | Rustig bezoek, korte uitstapjes, eventueel overstappen op ander voer, start puppyklas |
| Week 4 | Alleen zijn uitbreiden, wandelen aan de lijn, borstelen en pootjes vastpakken als gewoonte |
Tot slot
Je puppy hoeft na vier weken niet alles te kunnen. Wat telt, is dat hij leert dat de wereld een veilige plek is en dat jij er bent. Hou het kort, hou het vrolijk, en wees mild voor jezelf als het eens tegenzit: elke puppy heeft goede en minder goede dagen.
Deze gids geeft algemene tips. Twijfel je over de gezondheid of de ontwikkeling van je puppy, vraag het dan aan je dierenarts.