Een kat die naast de kattenbak plast, doet dat zelden uit koppigheid. Meestal klopt er iets niet aan de bak, de plek of de vulling, of voelt je kat zich niet goed. Het goede nieuws: met een paar eenvoudige keuzes los je de meeste problemen op, of voorkom je ze.
In dit artikel:
- Hoeveel bakken heb je nodig?
- De juiste grootte
- Open of overdekt?
- De beste plek
- Welke vulling?
- Schoonmaken
- Als je kat ernaast plast
- Een kitten of nieuwe kat leren
Hoeveel bakken? Eén per kat, plus één
De vuistregel die dierenartsen en gedragsdeskundigen aanhouden: één bak per kat, plus één extra. Met twee katten zet je er dus drie. Dat lijkt veel, maar katten delen hun toilet niet graag, en een bak die net bezet of vuil is, is voor sommige katten reden genoeg om elders te gaan.
Belangrijk: twee bakken naast elkaar tellen voor je kat als één. Verspreid ze over verschillende kamers, en woon je op meerdere verdiepingen, zet er dan op elke verdieping minstens één. Ook een enkele kat heeft baat bij een tweede bak, zeker een oudere kat die minder graag trappen loopt.
Hoe groot moet de bak zijn?
De meeste bakken in de winkel zijn kleiner dan wat een kat eigenlijk prettig vindt. Een goede maat is ongeveer anderhalve keer de lengte van je kat, van neus tot staartaanzet. Je kat moet erin kunnen draaien, krabben en zitten zonder met zijn achterpoten over de rand te hangen.
- Kittens hebben een lage instap nodig, anders klimmen ze er niet in.
- Oudere katten met stijve gewrichten waarderen een lage rand of een bak met een uitsparing aan de voorkant.
- Katten die hoog plassen of veel vulling wegkrabben, zijn gebaat bij een bak met hoge zijwanden en een lage instap.
Open of overdekt?
Een overdekte bak houdt de geur binnen, maar dat is vooral prettig voor jou. Voor je kat blijft de geur juist hangen, en een bak met één ingang voelt voor sommige katten als een val: ze zien niet wie er aankomt en kunnen er niet snel uit. Dat speelt zeker als er meerdere katten of een hond in huis zijn.
Veel katten kiezen, als je ze de keuze geeft, voor een open bak. Twijfel je? Zet een open en een overdekte bak naast elkaar en kijk welke je kat gebruikt. Hij vertelt je het snel genoeg. Gebruik je een overdekte bak, laat dan het klepje weg als je kat aarzelt, en vervang het koolstoffilter op tijd.
Waar zet je de kattenbak?
De plek is minstens zo belangrijk als de bak zelf. Een kat is op het toilet even kwetsbaar en wil zich veilig voelen.
- Rustig, maar niet weggestopt. Een hoek van een kamer waar niet constant wordt doorgelopen, maar die je kat wel makkelijk bereikt.
- Niet naast het eten en drinken. Katten eten niet graag naast hun toilet. Hou een paar meter afstand, liefst een andere kamer.
- Niet naast de wasmachine of droogkast. Eén keer schrikken van een centrifuge kan genoeg zijn om een bak te mijden.
- Met een vluchtweg. Je kat moet kunnen zien wie er binnenkomt en kunnen weglopen. Een bak achter in een smalle kast werkt daarom vaak slecht.
- Altijd bereikbaar. Een deur die soms dichtvalt of een kattenluik dat klemt, is genoeg voor een ongelukje.
Verplaats je de bak, doe het dan stap voor stap, een halve meter per dag, of zet de nieuwe bak er eerst bij voordat je de oude weghaalt.
Welke vulling?
Elke vulling heeft voor- en nadelen. Belangrijker dan welke je kiest, is dat je kat ze graag gebruikt, en dat je niet te vaak wisselt.
| Soort | Voordelen | Nadelen |
|---|---|---|
| Klonterend (bentoniet) | Fijne korrel die veel katten prettig vinden, klontjes makkelijk te scheppen | Zwaar, kan stoffen, niet composteerbaar |
| Silicakorrels | Neemt veel vocht op, houdt geur goed vast, licht | Grove korrel die sommige katten niet graag aan hun poten voelen |
| Plantaardig (maïs, tarwe, tofu) | Licht, vaak klonterend, sommige soorten composteerbaar | Duurder, moet droog bewaard worden |
| Houtkorrels | Natuurlijk, absorberend, goedkoop in gebruik | Valt uiteen tot zaagsel dat makkelijk wordt meegedragen |
Twee dingen gelden bijna altijd. Kies zonder geur: wat voor ons fris ruikt, is voor een kattenneus vaak veel te sterk. En vul de bak met zo'n vijf tot zeven centimeter vulling, genoeg om te graven maar niet zoveel dat je kat erin wegzakt.
Wil je overstappen? Meng de nieuwe vulling over een week of twee door de oude, telkens een beetje meer. Een plotse wissel is een veelvoorkomende reden waarom een kat de bak niet meer gebruikt.
Schoonmaken: elke dag scheppen
Een kat heeft een neus die vele malen gevoeliger is dan de onze. Een bak die voor jou nog net kan, is voor hem al vies.
- Schep minstens één keer per dag, liefst twee keer. Haal klonten en uitwerpselen weg en vul bij tot de juiste hoogte.
- Ververs de vulling helemaal zodra scheppen niet meer genoeg is. Bij klonterende vulling is dat meestal om de twee à vier weken; volg bij silica de aanwijzingen op de verpakking.
- Was de bak bij elke volledige verversing met warm water en een milde zeep. Vermijd sterk ruikende middelen, en meng nooit bleekwater met andere schoonmaakmiddelen.
- Vervang de bak zelf als de plastic bodem diep bekrast is: in krassen blijven geur en bacteriën zitten.
Een handig neveneffect van dagelijks scheppen: je ziet meteen of er iets verandert. Veel meer of grotere plasklonten, heel weinig, of bloed in de urine zijn redenen om de dierenarts te bellen.
Als je kat ernaast plast
Begin altijd bij de dierenarts. Blaasontsteking, blaasgruis, nierproblemen, suikerziekte en pijnlijke gewrichten zijn veelvoorkomende redenen waarom een kat de bak plots mijdt. Hij koppelt de pijn aan de bak en zoekt een andere plek.
"Zit je kater herhaaldelijk te persen in de bak zonder dat er iets komt? Bel meteen de dierenarts, ook 's nachts. Een verstopte urinebuis is levensgevaarlijk."
Belangrijk om te weten
Is je kat gezond verklaard, loop dan deze lijst na:
- Is er iets veranderd aan de vulling, de bak of de plek?
- Wordt de bak vaak genoeg geschept?
- Zijn er genoeg bakken voor het aantal katten?
- Is er iets nieuws in huis: een baby, een ander dier, een verhuis, verbouwing, een kat van de buren aan het raam?
- Plast hij op zachte dingen (een kleed, de was) of juist op koele, gladde (een tegelvloer, het bad)? Dat zegt iets over welke ondergrond hij zoekt.
Maak de plek van het ongelukje grondig schoon met een enzymreiniger. Gewone schoonmaakmiddelen halen de geur voor jou weg, maar niet voor je kat. Zet eventueel een extra bak op de plek waar hij steeds naartoe gaat, en verplaats die daarna langzaam naar waar jij hem wilt.
Straf je kat nooit. Hij begrijpt niet waarom, en de stress die het oplevert, maakt het probleem meestal groter.
Een kitten of nieuwe kat leren
De meeste kittens zijn al zindelijk als ze bij je komen: ze hebben het van hun moeder geleerd. In een nieuw huis moeten ze de bak alleen nog vinden. Laat je kitten de eerste dagen in een kleinere ruimte wonen, met de bak, het eten en een slaapplek op een goede afstand van elkaar. Zet hem na het eten, na het spelen en na het wakker worden in de bak. Laat hem zelf graven; meer hoeft niet.
Snel nagaan: is jouw kattenbak in orde?
- Eén bak per kat, plus één, verspreid over het huis
- Anderhalve keer zo lang als je kat
- Rustig, bereikbaar en ver van het eten
- Vijf tot zeven centimeter vulling zonder geur
- Elke dag geschept, regelmatig helemaal ververst
- Verandering in gedrag? Eerst naar de dierenarts
Deze gids geeft algemene tips. Bij gezondheidsklachten of plotse veranderingen in plasgedrag ga je altijd eerst naar je dierenarts.